Emblemen
Het rode kruis en de rode halve maan zijn niet enkel een herkenningsteken om aan te duiden dat een persoon of voorwerp een band heeft met de Beweging. Het rode kruis en de rode halve maan zijn in de eerste plaats beschermende emblemen. Officieel erkennen de Verdragen van Genève ook de rode leeuw en zon op een witte achtergrond als beschermend embleem. Dit laatste wordt sinds 1980 echter niet meer gebruikt.
Bescherming voor gewonden, zieken en verzorgers
Het rode kruis en de rode halve maan zijn het zichtbare resultaat van de bescherming die de Verdragen van Genève tijdens gewapende conflicten verlenen aan gewonden en zieken en de personen die instaan voor hun verzorging: de medische diensten, hun personeel (leden van ziekenboegen van het leger, vrijwilligers van de nationale verenigingen, afgevaardigden van het Internationale Rode Kruiscomité) en voertuigen.
Misbruik van het embleem bestraffen
Misbruik van deze emblemen in oorlogstijd brengt het hele beschermende humanitaire systeem in gevaar. Daarom moeten regeringen en conflictpartijen stappen ondernemen om misbruik tegen te gaan en te bestraffen. Ook het Internationale Rode Kruiscomité heeft als taak om de strijdende partijen te herinneren aan hun plicht het embleem te respecteren. Nationale verenigingen doen hetzelfde wanneer in vredestijd het indicatief embleem verkeerd wordt aangewend.
Extra embleem
Op 7 december 2005 werd het rode kristal als bijkomend embleem aanvaard. Het biedt dezelfde bescherming en moet op dezelfde manier beschermd worden als de emblemen van het rode kruis en de rode halve maan.
De Belgische wet van 4 juli 1956 erkent het gebruik van het rode kruis en de rode halve maan en de bescherming van deze emblemen. Deze wet legt tevens straffen op voor de eventuele schending ervan.
Relevante bepalingen
GC I art.38-44 en art.53-54; GC II art.41-45; AP I art.18.